topdown

Een topdown denker denkt vanuit gehelen naar delen. Hij heeft een totaaloverzicht nodig voordat hij de plaats ziet van een kleiner onderdeel en dat ook kan begrijpen. Zonder het totaalplaatje kan hij een detail geen handen en voeten geven en het zoeken naar de achtergrond belemmert hem om het kleine stapje dat wordt uitgelegd in zich op te nemen. Hij KAN alleen ‘leren’ wanneer hij inzicht krijgt in het geheel, de achtergrond, het kader, het doel, noem maar op. Pas dan ziet hij de plaats en de waarde van de kleinere stapjes in het leerproces en is hij in staat om zich erop te concentreren. Het is voor de topdown denker dus van evident belang dat de leerstof topdown wordt aangeboden. Dus: eerst het grote kader aanbieden, zoals uitleg van de gehele grammaticale regel, dan pas oefenen. Dit vergt een aanpassing van het over het algemeen bottom-up opgebouwde onderwijs, waarbij de leerstof uit kleinere stappen is opgebouwd en de hele regel vaak niet aan het begin, maar pas aan het eind van het proces aan de orde komt.

De topdown denker kiest niet zelf voor topdown denken; het heeft te maken met de ontwikkeling van de intelligentie. Waarmee niet gezegd is dat alle topdown denkers superintelligent zijn, maar er wordt wel aangenomen dat hoogbegaafde mensen van nature topdown denkers zijn. Op school willen deze kinderen weten hoe iets in elkaar zit, waarom bepaalde dingen moeten gebeuren en dergelijke. Ze hebben er behoefte aan te weten welke verwachtingen er ten aanzien van hen zijn, zodat ze daar ook aan kunnen voldoen. Ze hebben houvast aan een duidelijk rooster, een helder schema.

De verwachtingen van de volwassene moeten gezien de capaciteiten van deze leerling dan ook hoog liggen. Niet om daarmee de leerling extra te belasten, maar omdat deze anders snel kan ´onderduiken´ in de groep. En dat is funest voor de persoonlijkheidsontwikkeling van deze kinderen. Hoogbegaafde leerlingen denken en werken vanuit kaders. Wanneer ze de verwachtingen van de leerkracht als positief hoog ervaren, is dát het kader waarbinnen ze zich inzetten om hun capaciteiten te ontplooien. Ervaren ze de verwachtingen van de leerkracht als laag (weinig moeite), dan is dát het kader (waaraan ze zonder enige inzet kunnen voldoen). Om hen te stimuleren hun talenten te ontwikkelen, is het dus belangrijk dat de leerkracht de leerling ziet zoals hij werkelijk is en de verwachtingen daarop afstemt. Daarmee wordt ook het zelfbeeld van deze leerling positief beïnvloed. Hoe realistischer de kijk op jezelf (dus zoals je werkelijk bent), hoe gelukkiger een mens zich voelt. De aanname dat deze leerling zijn motivatie uit zichzelf haalt en zo toont meer aan te kunnen dan een doorsnee leerling, is een diepe valkuil. De leerkracht die erin valt trekt de leerling daar bovendien in mee. Deze leerling heeft het juist NODIG dat de leerkracht meer van hem vraagt.

Slimme kinderen beginnen net zoals andere kinderen over het algemeen zeer gemotiveerd aan de basisschool. Hun verwachting (door ouders etc. aangebracht) is dat ze er gaan leren lezen, schrijven en rekenen. De werkelijkheid valt tegen. In plaats van letters en cijfers leren, moeten ze in de kring naar elkaar luisteren en veel samen spelen. Wat volwassenen zo belangrijk voor hen vinden is voor hen een grote teleurstelling. Tenzij de leerkracht in staat is om dit kind te laten merken dat het serieus wordt genomen en wordt uitgedaagd om het eigen creatieve denkvermogen te gebruiken. De opdrachten en werkjes moeten daar uiteraard voor worden aangepast. Hoe lees- en rekenvaardiger de leerling wordt, hoe meer kant en klare verrijkingsmaterialen er op de markt zijn om uitdaging te bieden aan de leerling die dat nodig heeft. De beste verrijkingsmaterialen bestaan uit opdrachten die een beroep doen op het hogere orde denken. Dit kan een vervolg krijgen in het voortgezet onderwijs door per vak Hogere Orde Denkvragen te ontwerpen. Zie ook de button H.O.D.

Zie hiervoor ook Taxonomie van Bloom.

Bij het bieden van Topdown onderwijs zowel als bij het zorg dragen voor passende uitdagingen staat de leerkracht voor een extra taak. Een taak die evenwel niet te vermijden is binnen de norm van de huidige wetgeving dat het onderwijs passend voor alle leerlingen dient te zijn. De praktische aanpak van Slimpuls en de door ons ontwikkelde instrumenten ondersteunen de leerkracht hierin volop, zodat de toepassing van het bovenstaande in de dagelijkse onderwijspraktijk goed uitvoerbaar wordt.