opvoedingsdilemma's

Het krijgen van een hoogbegaafd kind is één, het opvoeden ervan is iets heel anders. Je moet van hoge huize komen om de eindstreep te halen zonder kleerscheuren op te lopen. Algemeen geldende opvoedingsnormen krijgen een heel andere lading wanneer het lijdend voorwerp hoogbegaafd blijkt te zijn. Hieronder ziet u enkele voorbeelden van wat ouders kunnen tegenkomen.

Zelf doen

Als je kind zich snel ontwikkelt is dat in eerste instantie een extra cadeautje nadat je al blij was dat het gezond werd geboren. Het begrijpt de dingen die je het wil bijbrengen zoals netjes eten met bestek, beleefd zijn tegen volwassenen en in de rij wachten tot je aan de beurt bent. De opvoeding levert de eerste jaren geen problemen op. Je kind is al heel jong vrij zelfstandig en het wil nog voordat het drie jaar oud is, voor het eerst zelf uitzoeken wat het die dag zal dragen. Op een ochtend komt je dochter geheel gewassen en aangekleed beneden en je weet niet wat je ziet. Bij elkaar passend ondergoed, trui en rok goed gecombineerd en de bijpassende maillot maakt het geheel compleet. Je bent zowel verbaasd als trots en je geeft je kind de vrijheid om voortaan zelf haar kleren te kiezen.
Dat gaat een paar weken goed maar opeens laat ze het helemaal afweten. Ze neemt plotseling geen enkel initiatief meer om zich nog te wassen of aan te kleden. Je weet niet wat er aan de hand is en probeert haar te simuleren om het ochtendritueel weer op te pakken. Jij bent er net aan gewend dat je dit niet meer voor je kind hoeft te regelen en nu is ze ineens weer het kleine meisje dat zich afhankelijk opstelt. Je snapt er niets van en voor het eerst lijkt er een barstje te ontstaan in de voorspoedige ontwikkeling die je kind tot nu toe doormaakte.
Wat ga je nu doen? Ze is natuurlijk wel heel jong, maar aan de andere kant wil je iets wat eenmaal zelfstandig wordt opgepakt ook niet meer loslaten. Maar je maakt je zorgen voor niets. Wat er echt aan de hand is, is dat je de verkeerde conclusie trok uit het zelfstandige gedrag van je kind. Je dacht dat het een volgende ontwikkelingsfase had bereikt, maar in werkelijkheid wilde het gewoon uitproberen hoe het was om zelf haar kleren uit te zoeken en aan te trekken. Het ging daarbij vooral om de reactie van de omgeving en nu duidelijk is dat jullie er als ouders alle vertrouwen in hebben dat je kind dat kan, is het goed en hoeft er niets meer bewezen te worden. Dus valt ze terug in de fase waarin ze verkeerde toen deze ‘ontwikkeling’ zich voordeed en alles is weer zoals het was.
Heel gewoon.

Zelfbeeld

Toch zegt het aankleed-gedrag meer over je kind dan alleen dat het iets wilde uitproberen. Het heeft wel degelijk behoefte aan zelfstandigheid, maar het wil nog graag kunnen terugvallen op papa en mama. Die behoefte wordt echter snel minder en ouders van hoogbegaafde kinderen moeten er eerder dan anderen aan wennen dat ze hun kinderen het vertrouwen geven dat ze niet in zeven sloten tegelijk lopen. Ook al woon je afgelegen, je kind wil net als andere kinderen zelf naar school toe fietsen. Dat het twee jaar jonger is dan zijn klasgenoten doet er helemaal niet toe (voor hem). De anderen doen het ook, dus wil hij het ook. En hij kán het ook; dat blijkt wanneer je het aandurft om hem die vrijheid te geven.
Het vertrouwen van de omgeving, in de eerste plaats de ouders, is van essentieel belang voor de ontwikkeling van een positief zelfbeeld. Als de volwassene erop vertrouwt dat het kind zelf wel weet wat het wel en niet zelfstandig kan, geeft hij het kind de kans om zijn grenzen te leren kennen. Blijven we ons bemoeien met zaken die het al aankan, dan geven we hem niet de kans om fouten te maken. Het zal niet leren waar hij moeite mee heeft en wat hem gemakkelijk afgaat. Zo belemmeren we met onze ‘zorg’ dat dit kind een gezond en realistisch zelfbeeld ontwikkelt. Nu is het makkelijk praten wanneer onze lieve peuter gaat helpen bij het tafeldekken en het dure servies bij oma op tafel komt. Oma schrikt en pakt snel de stapel borden uit de handen van ons bijdehandje. Die hebben we goed opgevoed dus ze gedraagt zich en houdt haar mond. Pas ‘s avonds op de terugweg komt eruit waardoor ze de verdere middag oma’s verjaardag heeft getorpedeerd. Het klinkt onaardig, maar oma was daar wel zelf debet aan.

Schoolziek

Naarmate ze ouder worden, zijn de dilemma’s groter.  Als ze gaan onderpresteren op school, kan het moment komen dat ze ´s morgens voor het naar school gaan, klagen over buikpijn en hoofdpijn. Wanneer dat vaker voorkomt en er eventueel ook andere klachten ontstaan, koorts kan worden opgeroepen om maar ziek te lijken zodat je thuis mag blijven, gaan we naar de dokter. En als je pech hebt volgen er onderzoeken om de vage klachten te kunnen verklaren. Bloedonderzoek, foto’s, het komt allemaal voor bij onderpresteerders die door niemand als zodanig worden herkend. Je weet als ouder dat het met de school  te maken heeft, maar op dit moment zit je met een ziek kind. Een duidelijk dilemma. Met de leerkracht heb je al gepraat, alle onderzoeksuitslagen zijn negatief. Een duidelijk geval van schoolziek. Wat doe je? Hoe krijg je je kind weer naar school?
Het woord schoolziek is niet voor niets in de taal terechtgekomen. Deze kinderen zijn letterlijk ziek van school. Dus ligt de kans op genezing ook daar. Op de vraag hoe je je kind weer naar school krijgt is maar één antwoord: er moet iets fundamenteels veranderen op school. Zolang er geen adequate maatregelen voor je kind genomen worden mag je niet van hem vragen om zich dagelijks naar de slachtbank te laten lei(ij)den. En zo is je dilemma weer opgelost. Ga aan de kant van het kind staan en knok voor beter onderwijs.

Vragen

Een ander dilemma kan zijn of je altijd moet ingaan op de vragen van je kind. Het kan geïnteresseerd zijn in zaken die jij nog niet vindt  passen bij zijn leeftijd. Als er een oorlog in het nieuws is gaat je kind er geheid vragen over stellen en je wilt hem graag serieus nemen maar je bent ook bang dat hij zich teveel zorgen maakt die hij nog niet kan relativeren. Je bent bang dat hij beschadigd raakt.
Of hij vraagt je na afloop van een gesprek met de juf hoe ze reageerde. Hij snapt allang wat jij van haar wilde en hij informeert vrij zakelijk wat haar reactie was. Jij bent bang dat hij haar afwijzende reactie op zichzelf betrekt, overigens geheel terecht. Als ze positief reageerde is je angst dat hij nu ineens teveel verwachtingen van haar heeft.

Rapport

Dan zijn rapport. Moet je je kind prijzen voor iets wat het wel goed heeft gedaan maar waarvoor het zich niet heeft ingespannen? Prijs je hem niet, dan krijg je later het verwijt dat je nooit blij was met een goed rapport. Prijs je hem wel, dan bevestig je dat het prima is om niet je best te doen. Een ingewikkeld dilemma. Het wordt nog gecompliceerder wanneer je meerdere kinderen hebt en de een duidelijk op zijn lauweren kan rusten maar de ander met hard werken en extra hulp net de eindstreep haalt.

Gymles

Nog een ander dilemma kom je tegen wanneer je jonge kind, dat een klas heeft overgeslagen, het in de gymles moet opnemen tegen de stoere binken die al eens een keertje hebben geboubleerd in het basisonderwijs. Het verschil in leeftijd kan oplopen tot meer dan drie jaar. Tel daarbij de motorische achterstand op die sommige hoogbegaafde kinderen hebben en de competitie wordt wel heel erg oneerlijk. Gym wordt een heel grote frustratie voor je kind en het doel van het lichamelijk onderwijs zal het nooit halen. Het zal geen plezier in lichamelijke inspanning ontwikkelen en tot op hoge leeftijd met afschuw terugdenken aan de lessen lichamelijke opvoeding. Het wordt herinnerd aan het voortdurende falen en de enorme deuk die zijn zelfbeeld ervan opliep. Moet je je toch al kwetsbare kind hier twee keer per week aan blootstellen? Of kun je het op een andere manier hiervoor behoeden? Hij ziet je aankomen als je met de school hierover wilt gaan praten. Dan nog liever de gymles.

Gevoel

Zo kom je nogal wat dilemma’s tegen voordat je getalenteerde kind volwassen is. Je probeert er alles aan te doen om het gelukkig en evenwichtig te laten opgroeien. Maar er zijn heel wat hordes te nemen. Toch ervaren lang niet alle opvoeders van hoogbegaafde kinderen bovenstaande situaties als dilemma’s. De meeste zijn op te lossen door een gezonde dosis gezond verstand. Wanneer je naar de school uitstraalt dat de schoolziekte pas overgaat als er op school het nodige verandert en je vertelt open en eerlijk dat je je zieke kind even thuishoudt om bij te komen, is het gesprek op gang. Ga niet afhankelijk proberen of er iets kan veranderen maar stel duidelijk hoe de zaak ligt.
Als je een open en innige relatie met je kind onderhoudt zul je altijd in staat zijn om al zijn vragen te beantwoorden. En mocht er eens iets zijn waar ook jij over twijfelt, vertel hem die twijfel eerlijk. Hij zal meer begrip voor jou hebben dan je denkt. Hoogbegaafde kinderen kunnen namelijk ook heel goed meedenken met de ander.
Een goed rapport moet altijd beloond worden. Dat geldt voor elk kind. De enige reden voor een hoogbegaafd kind om een aantal scholen te doorlopen, is om een diploma te kunnen halen waarmee het verder kan in zijn leven en het enige objectieve instrument daarbij is het rapport dat hij mee naar huis brengt. Staan er goede cijfers op, dan gaat het in het licht van de doelstelling goed. Zijn de cijfers slecht, dan moet er iets veranderen. Een goed rapport is dus een compliment waard, ook al heeft het geen moeite gekost. Dat mag er dan ook gerust bij gezegd worden; je kind zal het herkennen maar de cijfers zijn er niet minder om. Op een rapport staan geen prestaties, maar enkel cijfers.
En wat die gymlessen betreft: de meeste gymnastiekdocenten hebben geen idee van de leeftijd en de achtergrond van hun leerlingen. Ze willen lekker sporten en verwachten dat alle leerlingen diezelfde motivatie hebben. Een verhelderend gesprekje kan wonderen doen. De meeste docenten zijn best bereid om bij de beoordeling rekening te houden met de specifieke situatie van jouw jonge kind. Hij kan natuurlijk niet zorgen dat ook jouw kind wordt geselecteerd door de stoere binken bij het samenstellen van teams, maar er zijn er die zelfs bereid zijn om dat keuzemoment uit hun lessen te schrappen en voortaan in de klas van jouw kind de teams zelf samen te stellen.
De basis voor het elimineren van je dilemma’s ligt in de onderlinge relaties in het gezin. Een goede verstandhouding tussen de ouders, zodat ze samen de juiste strategieën kunnen uitzetten, en een liefdevolle relatie met de kinderen levert een duidelijke vermindering van dilemma’s op. Dilemma’s worden dan bespreekpunten en zijn geen hordes meer waar je of overheen springt of over struikelt. Benader je dilemma’s met gevoel, ze zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Wie zelf geen hoogbegaafde kinderen opvoedt ,weet niet hoe dat is. En aangezien alle andere ouders ook verstand van opvoeden hebben, ben jij per definitie in de minderheid.
Het beste wat je kunt doen is contact zoeken met ouders in dezelfde situatie. Door het begrip wat je dan krijgt, zul je je gekoesterd voelen als een warm zonnetje.